Ieder paard krijgt ongemerkt wel zand binnen, via hooi of gras. Dit wordt vervolgens met de mest afgevoerd, dus hoeft niet direct een probleem te zijn. Soms komt het voor dat paarden meer zand binnen krijgen dan normaal. Als zand in de darmen terecht komt, kan dit de darmwand schuren wat tot irritatie leidt. Door deze irritatie kan de darmwand minder goed water en andere voedingstoffen opnemen. Dit kan diarree, gewichtsverlies en koliek veroorzaken. Als de darmen goed gevuld zijn door ruwvoer, zal het zand makkelijker de darmen kunnen passeren. Hierdoor zal de darmwand minder geirriteerd raken. In eerste instantie hoeft het zand niet voor ophopingen in de darmen te zorgen omdat dit via de mest wordt uitgescheden. Maar zodra de hoeveelheid zand die het paard binnen krijgt groter wordt dan er via de mest kan worden afgevoerd, kunnen er wel ophopingen ontstaan. De ophopingen leggen een druk op de darmen waardoor de beweeglijkheid hiervan belemmerd wordt. Deze belemmering kan dan voor meer ophopingen zorgen en uiteindelijk tot verstopping leiden. Dit wordt zandkoliek genoemd.

Wanneer er een mestonderzoek  op maag-darmwormen word aangevraagd zal er standaard ook gekeken worden of er zand in de mest zit. Als er veel zand aanwezig is dan is dit makkelijk te verhelpen met een ‘zand weg’ kuur.